Over de Libero

De naam

Het Subaru busje heeft veel verschillende modelnamen, hij wordt in elk land wel anders genoemd. In Nederland werden ze onder de naam E-Wagon verkocht, maar in Duitsland kregen ze de modelnaam Libero mee. In Japan heette hij de Domingo, in België de Combi, in Noorwegen de Columbuss en in Engeland de Sumo. Hij wordt ook wel eens aangeduid met E10 en E12. Een combinatie is ook mogelijk: in Duitsland stond bijvoorbeeld ‘E12 Libero’ op de achterklep.

Ik noem hem altijd Libero.

In Japan noemen ze hem dus de Domingo, maar waarom is dat zo? Domingo betekent zondag in het Spaans en dat is waar het busje voor gemaakt is: zondagsritjes. Dak open, rustig ergens heen tuffen, om je heen kijken, etc.
Nu is het niet zo dat je het busje alleen voor zondagsritjes kan gebruiken. Integendeel, als je dat zondagsrijden niks vindt; ze gaan nog best goed de bocht om, let alleen wel op voor verkeersdrempels, daar wil je echt niet te hard overheen.

Verder zijn ze vanwege de vierkante vorm ontzettend ruim en dus behoorlijk praktisch. Met het helpen verhuizen lach je iedereen uit. Je slalomt zo om wat paaltjes heen en kan hem vervolgens zo voor de deur zetten. Een bed inclusief matras, een bureau, een kast en nog wat andere spullen heb ik er al een keer allemaal tegelijkertijd ingekregen. je zult verbaast staan hoeveel er tegelijkertijd in kan.

Hoe zit dat met die kleine Japanse busjes?

In Europa hebben we kleine auto’s, in Japan heb je ze nóg kleiner. Deze kleine autootjes en busjes vallen in de zogenaamde kei-carklasse (kei betekent klein in het Japans). Deze klasse is in 1949, na de Tweede Wereldoorlog, in het leven geroepen om ervoor te zorgen dat Japanners een betaalbaar vervoersmiddel konden kopen, met het idee dat daardoor de industrie en de wederopbouw een duwtje in de rug kregen.

Het duurde tot 1958 voordat de kei-cars echt van de grond kwamen. In dat jaar introduceerde Subaru namelijk haar eerste massa geproduceerde auto: de ‘Subaru 360’, een klein autootje voortgedreven door een luchtgekoelde tweecilinder in de achterkant. Subaru was met dit automodel de eerste fabrikant die een succesvolle kei-car wist te produceren.

Naar aanleiding van het succes van de kleine Subaru gingen andere Japanse merken ook kei-cars maken. Honda, Suzuki, Mazda en Daihatsu bijvoorbeeld gingen de concurrentie met de Subaru 360 aan. 

Tot zover de kei-car auto’s, maar waar blijven de kei-car busjes? Dat begon een paar jaar later, in 1961, met…. Subaru. Ja, alweer Subaru, in dat jaar introduceerde ze namelijk de ‘Subaru Sambar’, een klein vrachtwagentje op basis van de 360. Hij was tevens verkrijgbaar als bestelbus of als personenbus. Net als de 360 werd de Sambar ook weer een succes. En net als bij de 360 duurde het na de introductie van de Sambar niet lang voordat de concurrentie zag dat het ook interessant was om vrachtwagentjes en busjes te maken.

Tot slot nog iets over de kei-carklasse. Deze klasse is sinds het begin een klasse geweest met restricties: de overheid heeft de maximale buitenmaten, de maximale motorinhoud en het maximale motorvermogen vastgesteld. Alle auto’s die binnen deze restricties vallen zijn automatisch een kei-car.
Het succes van de kei-car is deels te danken aan de voordelen die deze auto’s in Japan kennen. Financiële voordelen, zoals een lagere aanschafprijs en lagere wegenbelasting, maar ook functionele voordelen als betere parkeergelegenheden en een laag benzineverbruik hebben ervoor gezorgd dat de kei-car in Japan groot is geworden. Naast bovengenoemde voordelen zijn veel Japanse binnenwegen zo smal, dat je daar simpelweg alleen met een kei-car doorheen kan. Niet gek dat er in Japan dus veel kei-cars rondrijden.

De Libero (of E-Wagon, Domingo, etc ...)

Goed, we waren geëindigd bij introductie van de Sambar in 1961. We maken een sprong in de tijd en springen naar het begin van de jaren 80. In deze tijd introduceert Subaru de 4e generatie van de Sambar. Naast de nieuwe Sambar introduceert Subaru ook een volledig nieuw model: de Domingo. Dit nieuwe model is een speciale uitvoering van de Sambar: hij heeft dikkere bumpers en de kei-car motor is vervangen door de 1,0L driecilinder uit de nieuwe Justy. Door deze aanpassingen valt de Domingo niet meer in de kei-car klasse. Een nadeel voor de Japanners, maar een voordeel voor de export. De grotere bumpers en de zwaardere motoren maakt de Domingo namelijk geschikt voor andere landen.

Zodoende wordt de Domingo naar verschillende landen buiten Japan geëxporteerd. De modelnamen verschillen van land tot land: E10, E12, Libero, E-Wagon, Columbuss,  Sumo etc. Het enige wat in alle landen gelijk is zijn de modelcodes van de eerste en tweede generatie van de Domingo.

– De KJ is de eerste generatie. Deze is van 1984 tot 1994 gebouwd.
– De FA is de tweede generatie. Deze is van 1994 tot 1999 gebouwd.

Hoe herken je ze? De verschillen tussen de twee generaties

De verschillen tussen de KJ en de FA zijn vrij duidelijk. De KJ herken je aan de vierkante koplampen en de wat schuiner lopende voorruit, de FA aan de uitstekende bumpers, grote ramen en het kentekenbeugeltje op de voorbumper.

Dit is een KJ ...

... en dit een FA.

Motoren

De KJ was met twee motoren te krijgen, beide met carburateur:
– De EF10 (een 1.0L driecilinder) 2WD
– De EF12, (een 1.2L driecilinder) 2WD, 4WD

De FA is met één motor gemaakt. Dit blok was in de basis hetzelfde als de EF12 uit de KJ, maar was nu van multi point injectie en alle daarvoor benodigde motorelektronica voorzien. Ook hier was weer een 2WD en een 4WD versie leverbaar.

Benaming naar motorinhoud

De busjes worden ook nog wel eens naar de motorinhoud genoemd: KJ wordt wel eens aangeven met E10 en E12, en de FA met E12. Deze benaming is niet helemaal duidelijk, omdat de KJ dus met twee motoren te krijgen was. Dit is ook de reden waarom ik de modelcodes gebruik, KJ hoort bij de oude, FA bij de nieuwe.

Mijn Libero

Mijn Libero komt uit december 1996 en heeft de modelcode FA. Het is de  ‘superdeluxe’-uitvoering: open dak, 4WD, two-tone lak, aluminium velgen, draaibare voorstoelen, alles zit er op.

Ik heb bijna elk boutje en onderdeeltje wel in m’n handen gehad. Na aankoop bleek hij toch niet zo goed te zijn als we in eerste instantie dachten. Gelukkig is sleutelen m’n hobby ;).
Ik ben geen automonteur, maar ben iemand die redelijk handig is en met behulp van het werkplaatshandboek gewoon maar is begonnen om het busje op te knappen. Door het gewoon te doen en je gezonde verstand te gebruiken wordt je er langzamerhand wel handig in.